ECLI:NL:GHSHE:2021:3321
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Man niet-ontvankelijk in verzoek tot huwelijk met onder curatele gestelde vrouw
De man verzocht het hof om de beschikking van de rechtbank te vernietigen en alsnog toestemming te verkrijgen om te trouwen met een vrouw die onder curatele staat vanwege vergevorderde dementie. Hij baseerde zijn verzoek primair op een stilzwijgende volmacht van de vrouw om namens haar een verzoek tot huwelijk in te dienen, en subsidiair op zijn positie als levensgezel en belanghebbende.
De curatoren en dochters van de vrouw betwistten de ontvankelijkheid van het verzoek en stelden dat de vrouw vanwege haar geestelijke toestand niet in staat is haar wil te bepalen en geen volmacht kan verlenen. Het hof overwoog dat het aangaan van een huwelijk een hoogstpersoonlijke rechtshandeling is die niet door vertegenwoordiging kan worden verricht. De vrouw verblijft op een gesloten afdeling en is niet in staat tot een eigen wilsuiting.
Het hof concludeerde dat de man niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat hij niet bevoegd is namens de vrouw een verzoek op grond van artikel 1:38 BW Pro in te dienen. Ook het beroep op artikel 798 lid 2 Rv Pro faalde, omdat dit niet ziet op het huwelijk maar op beschermingsmaatregelen. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde de man niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om toestemming voor het huwelijk met de onder curatele gestelde vrouw.