Uitspraak
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
Raad voor de Kinderbescherming,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Wouters;
- de heer [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI;
- de pleegouders;
- de stiefvader.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 16 april 2021;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 20 augustus 2021;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 12 oktober 2021;
- de brief met bijlagen van de GI d.d. 20 oktober 2021.
3.De beoordeling
Er is verder ten onrechte overwogen dat er onvoldoende zicht is op de risicofactoren en dat beschermende hulpbronnen afwezig zijn.
Ten aanzien van UC’s merkt de GI op dat de waardes ervan beperkt zijn indien deze niet over een langere periode en structureel plaatsvinden. Het gebruik van GHB is vaak lastig te achterhalen, omdat het al snel niet meer zichtbaar is. De zorgen over de moeder zien ook op haar gedrag dat ze verschillende keren heeft laten zien, zoals tijdens het bezoekmoment dat recent niet door kon gaan.
15 mei 2021 tot uiterlijk 15 november 2021 op goede gronden is verleend.
4.De beslissing
A.J.F. Manders en is op 11 november 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.