Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
zaaknummer 200.299.263/01:
zaaknummer 200.299.896/01:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van een minderjarige en diens moeder tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarbij ondertoezichtstelling en een machtiging tot gesloten jeugdhulp waren verleend.
De moeder en minderjarige betwistten de noodzaak van gesloten jeugdhulp en de ondertoezichtstelling. De moeder was met de minderjarige voor behandeling in Turkije, maar gaf geen duidelijkheid over verblijfplaats en behandeling. De gecertificeerde instelling kon geen contact krijgen en kon de ondertoezichtstelling niet uitvoeren.
Het hof oordeelde dat de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en het onvoldoende accepteren van hulpverlening door de moeder de ondertoezichtstelling rechtvaardigen. De machtiging gesloten jeugdhulp was echter niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden ten uitvoer gelegd en is daardoor vervallen. Het hof verklaarde de verzoeken tot machtiging niet-ontvankelijk en bekrachtigde de ondertoezichtstelling tot 1 juli 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en verklaart de machtiging gesloten jeugdhulp vervallen wegens niet-tijdige tenuitvoerlegging.