ECLI:NL:GHSHE:2021:3469
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep kinderalimentatie tegen tussenbeschikking rechtbank
Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen. De rechtbank Limburg bepaalde in een beschikking van 29 april 2021 de kinderalimentatiebedragen over verschillende periodes, maar nam deze niet op in het dictum, waardoor het een tussenbeschikking betreft. De man kwam in hoger beroep tegen deze beschikking met het verzoek de kinderalimentatiebedragen te vernietigen en anders vast te stellen.
Het hof hield een mondelinge behandeling over de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij de vrouw en haar advocaat niet verschenen. Het hof oordeelde dat de beschikking een tussenbeschikking is, omdat er geen eindbeslissing in het dictum is opgenomen en de rechtbank verdere beslissingen heeft aangehouden.
Op grond van artikel 358 lid 4 Rv Pro kan tegen tussenbeschikkingen alleen hoger beroep worden ingesteld tegelijk met de eindbeschikking, tenzij anders bepaald. Omdat de rechtbank geen eindbeslissing heeft genomen en tussentijds hoger beroep niet is toegestaan, verklaart het hof de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de tussenbeschikking over kinderalimentatie.