ECLI:NL:GHSHE:2021:3483

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
28 mei 2021
Publicatiedatum
19 november 2021
Zaaknummer
20-001006-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken grieven tegen vonnis politierechter

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 4 februari 2021 behandeld. Het hoger beroep betrof meerdere aan verdachte ten laste gelegde strafzaken die in eerste aanleg waren samengevoegd.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit omdat verdachte geen schriftelijke grieven tegen het vonnis had ingediend en ook geen mondelinge bezwaren had geuit. Het hof heeft vervolgens overwogen dat zonder het indienen van grieven het hoger beroep niet ontvankelijk kan worden verklaard en dat er geen reden is om de zaak desalniettemin inhoudelijk te onderzoeken.

Daarom heeft het hof het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en op 28 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Twee raadsheren waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven tegen het vonnis.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001006-21
Uitspraak : 28 mei 2021
VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 4 februari 2021, in de strafzaak met parketnummer 96-164907-20 tegen:
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 4 februari 2021 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-164907-20 en 96-169776-20, 96-247278-20, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. P.J.D.J. Muijen en mr. A.H.T. de Haas, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mw. S.M. van Amersfoort, griffier,
en op 28 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. P.J.D.J. Muijen en mr. A.H.T. de Haas zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.