In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg heeft het hof het vonnis vernietigd voor de bewezenverklaring en strafoplegging van feiten 1 en 5. Het hof acht bewezen dat verdachte tussen 1 oktober en 2 november 2016 meermalen handel dreef in MDMA, amfetamine, cocaïne en erectiepillen zonder handelsvergunning.
De handel vond plaats in aanzienlijke hoeveelheden en in woningen waar ook minderjarige kinderen aanwezig waren. Verdachte was betrokken bij productie en handel in synthetische drugs en had een doorgeladen vuurwapen in huis. Het hof weegt de maatschappelijke impact van de feiten zwaar, mede vanwege de gevaren van drugsgebruik, milieuvervuiling en wapenbezit.
Hoewel verdachte geen first offender is, erkent het hof positieve ontwikkelingen zoals werk en een afgerond traject bij de reclassering. Desondanks legt het hof een gevangenisstraf van 3 jaar onvoorwaardelijk op, met aftrek van voorarrest. Een geldboete wordt niet opgelegd vanwege de ernst van de straf en de financiële situatie van verdachte.
Het hof bevestigt het overige vonnis en verklaart bewezen dat verdachte strafbaar is voor de feiten 1 en 5 zoals gekwalificeerd onder de Opiumwet en Geneesmiddelenwet. De straf weerspiegelt de ernst en omvang van de criminele activiteiten van verdachte.