Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [verzoeker], bijgestaan door mr. Gelissen;
- de huidige mentor;
- de vader en de moeder van [verzoeker];
- de broer van [verzoeker].
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verzoeker tegen de beschikking van de kantonrechter Limburg die het mentorschap ten behoeve van verzoeker handhaafde. Verzoeker stelde dat het mentorschap onnodig was geworden vanwege zijn verbeterde situatie, waaronder vrijwillige opname in een psychiatrische instelling, medicatietrouw en ziekte-inzicht.
Tijdens de mondelinge behandeling werden ook de huidige mentor, ouders van verzoeker en een vertegenwoordiger van Stichting [stichting] gehoord. Verzoeker wilde primair het mentorschap opgeheven zien en subsidiair de huidige mentor ontslaan ten gunste van Stichting [stichting].
Het hof oordeelde dat onvoldoende concrete en verifieerbare feiten waren aangevoerd die aantonen dat de oorzaken voor het mentorschap niet meer aanwezig zijn. De recente opname, een terugval met middelengebruik en een geweldsincident tegenover zijn moeder maakten het mentorschap nog noodzakelijk. Ook was er geen sprake van een langere periode van stabiliteit.
De communicatie tussen verzoeker en de mentor was goed en het mentorschap bleef zinvol. Het hof wees daarom het primaire en subsidiaire verzoek af en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. Verzoeker kan in de toekomst opnieuw verzoeken indien zijn situatie stabieler wordt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en handhaaft het mentorschap ten behoeve van verzoeker.