In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn echtgenote en een kind dat hij verzorgt. De rechtbank had hem eerder veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met diverse bijzondere voorwaarden. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het onder 3 tenlastegelegde feit en bevestigde het vonnis voor het overige, maar wijzigde de strafoplegging.
Het bewijs bestond uit gedetailleerde verklaringen van twee aangevers, ondersteund door letselobservaties en getuigenverklaringen. Ondanks pogingen van de aangevers om hun verklaringen te nuanceren of in te trekken, achtte het hof deze geloofwaardig en overtuigend. De verdachte erkende een ruzie maar ontkende de mishandeling.
Het hof hield rekening met de ernst van het geweld, de impact op het gezin en het feit dat de feiten plaatsvonden in de woning, een plek die veiligheid moet bieden. Ook de eerdere veroordelingen en het gedrag van de verdachte werden meegewogen. Vanwege schending van de redelijke termijn werd de straf aangepast naar 7 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De bijzondere voorwaarden werden niet herhaald, omdat het reclasseringstraject positief was afgerond.