ECLI:NL:GHSHE:2021:3628
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie en samenwoning volgens artikel 1:160 BW in hoger beroep
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee meerderjarige kinderen. De man is onderhoudsplichtig jegens de vrouw en een minderjarig kind. Bij echtscheidingsbeschikking is partneralimentatie vastgesteld, die de man betwist op grond van samenwoning van de vrouw met een ander.
De man stelt dat de vrouw samenwoont met een derde als waren zij gehuwd, gebaseerd op verklaringen, observaties en rapportages van een onderzoeksbureau. De vrouw ontkent samenwoning en stelt dat er geen gemeenschappelijke huishouding is.
Het hof overweegt dat voor toepassing van artikel 1:160 BW Pro aan vijf cumulatieve voorwaarden moet worden voldaan: een duurzame affectieve relatie, wederzijdse verzorging, samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding. De duurzame affectieve relatie staat vast. Het hof acht op basis van het bewijs voorshands bewezen dat de vrouw samenleeft met de ander als waren zij gehuwd.
De vrouw wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs en moet uiterlijk 18 december 2021 haar bewijsmiddelen en getuigen opgeven. Het verzoek van de man tot schorsing van de alimentatie wordt niet-ontvankelijk verklaard. Verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schorsing van partneralimentatie; de vrouw wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van samenwoning volgens artikel 1:160 BW.