Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 1] en mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 2] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 2 augustus 2021;
- de brief van de raad van 19 oktober 2021 waarin de raad aankondigt niet op de mondelinge behandeling te zullen verschijnen.
3.De beoordeling
- [minderjarige 1] (hierna:
- [minderjarige 2] (hierna:
zo spoedig mogelijkzicht komen op de al dan niet aanwezige persoonlijke problematiek bij de moeder en haar hieruit voortvloeiende belemmeringen en mogelijkheden inzake de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De GI heeft verklaard dat zij bereid is om toe werken naar een thuisplaatsing van de kinderen bij de moeder, al heeft de GI wel grote zorgen of dit voor [minderjarige 2] nog wel de geschikte plek is, gelet op zijn kindeigen problematiek. De moeder moet laten zien aan de GI dat zij een stabiele, voorspelbare en betrouwbare ouder is. Hiervoor heeft de GI nodig dat de moeder meewerkt aan: