Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Teerling namens de rechthebbende;
- [betrokkene 1] namens de bewindvoerder;
- [betrokkene 2] namens de beoogd bewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De rechthebbende is in eerste aanleg onder bewind gesteld wegens lichamelijke of geestelijke toestand en problematische schulden. Na een eerdere wijziging van bewindvoerder verzoekt de rechthebbende in hoger beroep om ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolger.
De rechthebbende voert aan dat het bewind niet naar behoren wordt uitgevoerd, onder meer door afstand, gebrek aan persoonlijk contact en een vertrouwensbreuk. De bewindvoerder stelt dat het bewind wel degelijk naar behoren verloopt, met goede communicatie en afstemming, en dat de problemen bij de rechthebbende zelf liggen.
Het hof overweegt dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag van de bewindvoerder. De rechthebbende bracht geen nieuwe feiten aan en de gestelde problemen zijn onvoldoende om het functioneren van de bewindvoerder te betwijfelen. De wens van de rechthebbende alleen is niet voldoende. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder af wegens het ontbreken van gewichtige redenen.