Uitspraak
Parketnummer: 20-000123-18
[verdachte]
en
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Op 21 februari 2013 pleegde verdachte te Tilburg het feit van medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. De politierechter in Zeeland-West-Brabant veroordeelde verdachte bij vonnis van 10 november 2014. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van één maand, waarvan de uitvoering werd opgeschort voor de duur van twee jaren onder voorwaarden. Dit betekent dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij verdachte zich binnen de proeftijd aan een nieuw strafbaar feit schuldig maakt.
De beslissing is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Het arrest werd mondeling uitgesproken op 16 juli 2021 door de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar wegens medeplegen van handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.