Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/293428 / KG ZA 21-221)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- de memorie van antwoord met producties.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen. In het ouderschapsplan is bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben, met een zorgregeling waarbij de kinderen in de even en oneven weken bij de vader verblijven. De moeder is veroordeeld tot nakoming van deze zorgregeling, maar zij is hieraan niet nagekomen sinds februari 2021, waarbij de kinderen aangaven niet bij de vader te willen verblijven.
De vader vordert in hoger beroep dat de moeder wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling en dat dit kan worden afgedwongen met dwangsommen en politie-inzet. De moeder voert aan dat de kinderen bang zijn voor de vader en dat zij de zorgregeling niet kan naleven zonder de belangen van de kinderen te schaden. Het hof stelt dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat de zorgregeling ernstige nadelen voor de kinderen oplevert.
Het hof oordeelt dat de zorgregeling blijft gelden zolang partijen niet anders overeenkomen of de bodemrechter anders beslist. De moeder dient de zorgregeling na te komen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt de moeder in de proceskosten van het hoger beroep vanwege haar verzet tegen de nakoming van de zorgregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de moeder veroordeelt tot nakoming van de zorgregeling en veroordeelt haar in de proceskosten van het hoger beroep.