ECLI:NL:GHSHE:2021:3800

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 december 2021
Publicatiedatum
23 december 2021
Zaaknummer
200.276.003_01 en 200.276.006_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling omgangsregeling tussen vader en kinderen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van de man tegen de vrouw inzake een omgangsregeling met hun drie minderjarige kinderen. Eerder was bepaald dat de omgangsregeling onder regie van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant (GI) zou plaatsvinden, in afwachting van het hulpverleningstraject.

De GI rapporteerde dat zij sinds mei 2021 geen contact meer had met de man en dat de vrouw met de kinderen op een geheim adres woonde. De man was uitgeschreven bij de gemeente en vermoedelijk in Polen verblijvend. Contact tussen de man en de kinderen was beperkt tot een enkele felicitatiemail rond hun verjaardagen.

Het hof gaf partijen en de raad gelegenheid te reageren op het rapport van de GI, maar er kwamen geen reacties. Het hof overwoog dat het enkele mailcontact onvoldoende was als initiatief tot contactherstel en dat het belang van de kinderen voorop staat. Daarom werd het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling afgewezen en de eerdere beschikking omtrent de regie van de GI vernietigd.

Uitkomst: Het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn kinderen wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummers : 200.276.003/01 en 200.276.006/01
zaaknummer rechtbank : C/01/343895 / FA RK 19-1008
beschikking van de meervoudige kamer van 23 december 2021
inzake
[de man],
voorheen wonende te [woonplaats] , woonplaats thans onbekend,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. C.C.A. Stallen te Eindhoven,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. C.M.M. Mikkers te Heeze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt: de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant (hierna: GI).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio: [regio] ,
hierna te noemen: de raad.

8.De beschikking d.d. 1 juli 2021

Bij die beschikking heeft het hof bepaald dat, in afwachting van het resultaat en het verloop van het hulpverleningstraject, de regie van de invulling van de omgangsregeling tussen de man en [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats], [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] en [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] (hierna tezamen: de kinderen), door de jeugdzorgwerker van de GI ter hand wordt genomen.
Daarbij is de GI verzocht om het hof vóór 30 september 2021 per brief te informeren, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen en de raad, waarna partijen en de raad in de gelegenheid zullen worden gesteld om schriftelijk te reageren op deze brief en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgangsregeling aangehouden tot laatstgenoemde datum.

9.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van het faxbericht van de GI van 7 oktober 2021.

10.De verdere beoordeling

10.1
Uit voormeld faxbericht van de GI blijkt dat de GI vanaf mei 2021 geen contact meer heeft gehad met de man. De vrouw is in juni 2020 met de kinderen vanuit het blijfhuis doorgestroomd naar een eigen woning op een voor de man geheim adres. Het is onduidelijk waar de man verblijft; het vermoeden bestaat dat hij in Polen verblijft. De GI heeft op 28 juni 2021 van de gemeente [woonplaats] bericht ontvangen dat de man is uitgeschreven bij de gemeente waarbij de ambtenaar van de gemeente heeft gezegd dat de man de laatste keer dat hij de man sprak, aangaf in Polen te zijn. De man heeft het afgelopen jaar rondom de verjaardag van de kinderen een mail gestuurd om hen te feliciteren met hun verjaardag, maar er is verder geen contact tussen de man en de kinderen. Op het moment dat de man terugkeert naar Nederland en contactherstel wenst, dienen er eerst in samenwerking met de politie een veiligheidsinschatting en afspraken gemaakt te worden.
10.2
Partijen en de raad zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief van de GI.
10.3
Zowel de man, de vrouw als de raad hebben niet gereageerd.
10.4
Het hof overweegt verder volgt. Gebleken is dat er nog altijd geen duidelijkheid bestaat over de vraag waar de man verblijft, alsook dat de man – ondanks het bepaalde in de beschikking van dit hof van 1 juli 2021 – tot op heden geen initiatief genomen heeft om te komen tot contactherstel met de kinderen. Het sturen van een mail om de kinderen te feliciteren met hun verjaardag, kan niet worden beschouwd als een voldoende initiatief tot contactherstel zoals bedoeld in voornoemde beschikking. Gelet hierop, mede met inachtneming van hetgeen het hof in voornoemde beschikking van 1 juli 2021 heeft overwogen, zal het hof het verzoek van de man strekkende tot vaststelling van een omgangsregeling, met het oog op het belang van de kinderen, afwijzen.

11.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 19 december 2019, voor zover daarbij is bepaald dat, in afwachting van het resultaat en het verloop van het hulpverleningstraject, de regie van de invulling van de contactregeling tussen de man en de kinderen door de jeugdzorgwerker van Jeugdbescherming Brabant ter hand wordt genomen;
wijst af het verzoek van de man strekkende tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats], [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] en [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats].
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Laarhoven, J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en H.J. Witkamp en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2021 door mr. J.C.E. Ackermans-Wijn in tegenwoordigheid van de griffier.