Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,met bericht van verhindering, niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank die het gezamenlijk gezag over de minderjarige beëindigde en het eenhoofdig gezag aan de moeder toekende. De vader betwistte dat sprake was van gewijzigde omstandigheden en voerde aan dat de verstandhouding tussen partijen altijd verstoord was geweest, zonder dat dit het gezamenlijk gezag belemmerde.
De moeder stelde dat de relatie tussen partijen verslechterd was en dat de vader door zijn grillige gedrag en psychische problematiek onvoldoende beschikbaar en bereikbaar was, wat een onaanvaardbaar risico voor de minderjarige opleverde. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling onderschreven dit standpunt.
Het hof oordeelde dat er wel degelijk sprake was van gewijzigde omstandigheden, onder meer door de beëindiging van de ondertoezichtstelling en het feit dat het contact tussen vader en minderjarige beperkt was tot kaartcontact. De vader was sinds oktober 2021 opgenomen in een GGZ-kliniek en onvindbaar voor de moeder en begeleiders. Hierdoor was een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk.
Het hof concludeerde dat het belang van de minderjarige gediend is met eenhoofdig gezag voor de moeder en dat het verzoek van de moeder toewijsbaar is. De grieven van de vader faalden en de beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder over de minderjarige wegens ontoereikende beschikbaarheid en bereikbaarheid van de vader.