Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 31 juli 2020;
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader van 10 november 2020.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De minderjarige is sinds haar eerste levensjaar uit huis geplaatst vanwege een onveilige opvoedingssituatie met huiselijk geweld en onvoldoende emotionele beschikbaarheid van de moeder. De vader heeft het gezag over de minderjarige betwist, stellende dat hij inmiddels een stabiele situatie heeft en in staat is voor haar te zorgen.
Het hof overweegt dat de hechtingsbreuk met de moeder en grootouders schadelijk is geweest en dat de minderjarige inmiddels een gezonde hechting heeft opgebouwd met de pleegmoeder. Terugplaatsing bij de vader brengt een groot risico op ernstige schade aan haar ontwikkeling vanwege het doorbreken van deze hechting.
De vader heeft tot eind 2019 de tijd gehad om zijn leven op orde te krijgen, maar pas in 2020 was hij in staat een stabiele woon- en financiële situatie te bieden. Het hof acht de aanvaardbare termijn voor terugplaatsing verstreken en bevestigt dat het belang van de minderjarige bij continuïteit en veiligheid zwaarder weegt dan het belang van de vader bij behoud van gezag.
De omgang tussen vader en minderjarige verloopt goed en het hof benadrukt het belang van het onderhouden van deze band. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn geëindigd door de voogdijstelling van de GI, waardoor het verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing wordt afgewezen.
Uitkomst: Het gezag van de vader over de minderjarige wordt beëindigd en het verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing wordt afgewezen.