In deze zaak was de bewindvoerder van betrokkene in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant. De bewindvoerder verzocht om vernietiging van de beschikking en vordering van een schadevergoeding van €14.450,-- tegen de Staat der Nederlanden.
Er werd geen verweerschrift ingediend en de mondelinge behandeling op 16 december 2021 ging niet door. Het hof nam kennis van correspondentie waaruit bleek dat partijen een schikking hadden bereikt en dat het beroepschrift werd ingetrokken.
Op grond van de intrekking handhaafde de bewindvoerder de grieven niet, waardoor het hof de bewindvoerder niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep. De beschikking werd op 30 december 2021 uitgesproken door het hof te 's-Hertogenbosch.