ECLI:NL:GHSHE:2021:3868

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
200.293.388_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bewindvoerder in hoger beroep wegens intrekking beroepschrift

In deze zaak was de bewindvoerder van betrokkene in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant. De bewindvoerder verzocht om vernietiging van de beschikking en vordering van een schadevergoeding van €14.450,-- tegen de Staat der Nederlanden.

Er werd geen verweerschrift ingediend en de mondelinge behandeling op 16 december 2021 ging niet door. Het hof nam kennis van correspondentie waaruit bleek dat partijen een schikking hadden bereikt en dat het beroepschrift werd ingetrokken.

Op grond van de intrekking handhaafde de bewindvoerder de grieven niet, waardoor het hof de bewindvoerder niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep. De beschikking werd op 30 december 2021 uitgesproken door het hof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: De bewindvoerder is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het beroepschrift.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 30 december 2021
Zaaknummer : 200.293.388/01
Zaaknummer 1e aanleg : C/01/359142 / FA RK 20-2520
in de zaak in hoger beroep van:
[B.V.] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de bewindvoerder,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die zullen toebehoren aan:
[betrokkene],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.H.P.M. Verhagen,
en
de Staat der Nederlanden,
in dezen vertegenwoordigd door
de Raad voor de rechtspraak,
verweerder in hoger beroep.
Als informanten zijn aangemerkt:
- [B.V.] B.V in de hoedanigheid van mentor;
- [medewerker] namens [instantie] .

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, van 25 januari 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 april 2021, heeft betrokkene verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, een schadevergoeding ten laste van de Staat vast te stellen ad € 14.450,--, althans een zodanig bedrag als het hof juist acht, en de Staat tot voldoening van dit bedrag te veroordelen, kosten rechtens.
2.2.
Er is geen verweerschrift ingekomen.
2.3.
De mondelinge behandeling die plaats zou vinden op 16 december 2021 heeft, gelet op de hierna onder rov. 2.4 genoemde stukken, niet plaatsgevonden.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
  • het V8-formulier van mr. Verhagen, waaruit blijkt dat een bewind is ingesteld over alle (toekomstige) goederen van betrokkene en dat de benoemde bewindvoerder – de besloten vennootschap [B.V.] B.V. – het geding als formele procespartij overneemt;
  • een e-mailbericht d.d. 13 december 2021 van mr. [mr.] van de Raad voor de rechtspraak, waaruit blijkt dat partijen een schikking hebben bereikt en dat de geplande mondelinge behandeling van 16 december 2021 geen doorgang behoeft te vinden;
  • een e-mailbericht d.d. 14 december 2021 van mr. Verhagen, waaruit hij, als advocaat van de formele procespartij, bevestigt dat partijen een regeling in der minne hebben getroffen en dat hij het beroepschrift intrekt.

3.De beoordeling

Het hof maakt uit voormeld e-mailbericht d.d. 14 december 2021 van mr. Verhagen op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de bewindvoerder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart de bewindvoerder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, C.N.M. Antens en A.M. Bossink en is in het openbaar uitgesproken door mr. C.N.M. Antens op 30 december 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.