ECLI:NL:GHSHE:2021:3877
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens medeplegen synthetische drugs
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 16 december 2021 het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank waarbij de voorlopige hechtenis van verdachte werd bevolen. Verdachte werd verweten medeplegen van productie en handel in synthetische drugs en bezit van MDMA-pillen. Het hof heeft vastgesteld dat de ernstige bezwaren tegen verdachte onverminderd aanwezig zijn.
Namens verdachte werd betoogd dat onvoldoende ernstige bezwaren bestonden en dat er geen gevaar voor herhaling was omdat verdachte geen strafblad had op het gebied van de Opiumwet. Het hof oordeelde echter dat het gevaar voor herhaling voortvloeit uit de aard van het feit, de omstandigheden en de mentaliteit van verdachte, die blijkt uit eerdere veroordelingen voor diefstal en geweld.
Het hof overwoog dat schorsing van voorlopige hechtenis in zaken van samenleving ondermijnende criminaliteit slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde is en dat het belang van de samenleving bij voortzetting van de hechtenis zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van verdachte. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen. Ook het beroep op artikel 67a lid 3 Sv werd verworpen.
De beschikking van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd afgewezen. Het hof concludeerde dat geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die tot een ander oordeel zouden moeten leiden en dat het recidivegevaar zwaarwegend is.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis worden afgewezen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.