Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij, op of omstreeks 18 december 2020 te Hapert, gemeente Bladel, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 99,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of een hoeveelheid van ongeveer 19,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj, (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij, op of omstreeks 18 december 2020 te Hapert, gemeente Bladel, althans in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van een wettelijk voorschrift, te weten artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, tot ongewenst vreemdeling was verklaard of terwijl tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
hij op 18 december 2020 te Hapert, gemeente Bladel, opzettelijk aanwezig heeft gehad
hij op 18 december 2020 te Hapert, gemeente Bladel, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van een wettelijk voorschrift, te weten artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 december 2020 (p. 8-9), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
2. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 18 december 2020 (p. 23), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] :
3. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 december 2020 (p. 10), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] :
- zakje hennep; 2.65 gram
- boterhamzakje hasj; 19.99 gram
4. De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 18 december 2020 (p. 19-20), inhoudende als bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 5] :
5. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 december 2020 (p. 11-12), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] :
6. Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 december (p. 35-41), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
1. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 18 december 2020 (p. 3-4), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
2. Een geschrift te weten een kopie van een beschikking van de Staatssecretaris van Justitie, d.d. 2 april 2008, kenmerk Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND): 9806 16-6080, V-nummer: 270.136.3245 (p. 48-53), inhoudende onder meer:
3. Een geschrift te weten een uitreikingsblad, behorende bij de beschikking van 2 april 2008, dossiernummer 9806-16-6080 (p. 54), inhoudende dat de voormelde beschikking op 11 april 2008 in persoon is uitgereikt aan [verdachte] , geboren op [geboortedag ] 1980, nationaliteit [nationaliteit] , waarbij de strekking van het besluit in een voor betrokkene begrijpelijke taal (de Nederlandse) is meegedeeld.
.
Het hof stelt vast dat de verdachte op 18 december 2020 derhalve opnieuw en in strijd met zijn ongewenstverklaring in Nederland verbleef, dit terwijl hij, mede gelet op eerdere veroordelingen ter zake van 197 Sr [3] , wist dat hij ongewenst was verklaard.
27 mei 2021. Het hof gaat echter uit van de in het voornoemde uittreksel uit de Justitiële Documentatie genoemde proeftijd van 5 april 2016 tot 4 april 2018. Gelet hierop is het hof evenals de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging nu deze later dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd is ingediend.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.