Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd door de inspecteur vanwege privégebruik van een aan een werknemer ter beschikking gestelde auto in 2011. De rittenregistratie die belanghebbende overlegde, voldeed niet aan de wettelijke vereisten, onder meer door ontbrekende begin- en eindadressen en onverklaarbare kilometerstanden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof overwoog dat de bewijslast bij belanghebbende ligt om overtuigend aan te tonen dat de auto minder dan 500 kilometer privé is gebruikt. De rittenregistratie bevatte diverse inconsistenties en onverklaarbare afwijkingen, waaronder een onverklaarde kilometerstand op een werkplaatsbon en verschillen tussen agenda en rittenregistratie.
Belanghebbende voerde aan dat een computercrash bij de garage de onregelmatigheden verklaarde, maar het hof verwierp dit omdat de crash pas in 2015 plaatsvond en geen invloed kon hebben op de handgeschreven kilometerstanden uit 2011. Ook werd gewezen op het ontbreken van een verklaring voor bepaalde kilometerstanden en het niet aannemelijk zijn van de betrouwbaarheid van de administratie.
Het hof oordeelde dat de rittenregistratie onvoldoende betrouwbaar was om de naheffingsaanslag te weerleggen. De naheffingsaanslag en de bijbehorende belastingrente werden daarom bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd niet vergoed.