Uitspraak
1.De veroordeling
- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet, gepleegd in de periode van 1 juli 2016 tot en met 21 februari 2017;
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, gepleegd in de periode van 3 september 2016 tot en met 1 november 2016;
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, gepleegd in de periode van 2 september 2016 tot en met 1 november 2016.
2.De methode van de eenvoudige kasopstelling
3.Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
-/-€ 8.505,19
€ 8.505,19 (achtduizend vijfhonderdvijf euro en negentien cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 7.654,67 (zevenduizend zeshonderdvierenvijftig euro en zevenenzestig cent).