ECLI:NL:GHSHE:2021:4067
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens overschrijding termijn hoger beroep
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het opzettelijk gebruik van een vals identiteitsbewijs en poging tot oplichting tot tien weken gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep en concludeerde dat de verdachte op de hoogte was van de zittingsdatum van de politierechter, maar niet aanwezig was en geen verzoek tot aanhouding had ingediend.
De wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt veertien dagen na de uitspraak. De verdachte stelde het hoger beroep echter pas ruim na deze termijn in. Er waren geen bijzondere omstandigheden die deze overschrijding konden rechtvaardigen. Het hof nam mee dat de verdachte zijn volledige verhaal reeds bij de politie had gedaan en zijn aanwezigheid bij de politierechter niet noodzakelijk achtte.
Ook bleek dat de verdachte na de zitting geen navraag had gedaan bij de rechtbank of een advocaat had geraadpleegd. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en handhaafde het de uitspraak van de politierechter.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.