Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging ter zake van het tenlastegelegde, voor zover dit ziet op de belaging van [benadeelde 1] ;
- de verdachte ter zake van ‘belaging, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
- aan het voorwaardelijke strafdeel bijzondere voorwaarden verbonden en deze bijzondere voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen toezicht uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding en bepaald dat [benadeelde 2] haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] toegewezen tot een bedrag van
- de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor een periode van 320 dagen (zaaknummer 99-000272-51) afgewezen;
- het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
- de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 3 jaren en in geval van tenuitvoerlegging met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest;
- een contact- en locatieverbod in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht zal opleggen ten aanzien van de in het vonnis opgenomen respectievelijk personen en gebieden, met vervangende hechtenis voor de duur van 4 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;
- de hiervoor genoemde vrijheidsbeperkende maatregelen dadelijk uitvoerbaar zal verklaren;
- de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot schadevergoeding;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] zal toewijzen tot een bedrag van € 1.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, onder niet-ontvankelijkverklaring van het overige deel van de vordering;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] zal toewijzen tot een bedrag van € 1.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, onder niet-ontvankelijkverklaring van het overige deel van de vordering.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 27 mei 2019, dossierpagina’s 3-6, voor zover inhoudende de verklaring van [benadeelde 2] :
(pagina 5)plaatse.
Het proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 19 juni 2019, dossierpagina’s 7-9, voor zover inhoudende de verklaring van [benadeelde 2] :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juli 2019, dossierpagina’s 10-15, voor zover inhoudende de verklaring van [benadeelde 3] :
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 23 juli 2020, voor zover inhoudende:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 23 september 2021, voor zover inhoudende:
de brievenbus heeft gedeponeerd, zich bij en/rondom het kinderdagverblijf van zijn zoon [zoon van verdachte] heeft opgehouden, veelvuldig [benadeelde 2] en [benadeelde 3] hun nabijheid heeft opgezocht en “pannenkoek” heeft geroepen naar [benadeelde 3] . Gelet op de context waarin dit naar [benadeelde 3] is geroepen, kwalificeert de rechtbank “pannenkoek” als beledigende[het hof begrijpt: een beledigend]
woord.
bij zijn enkele aanwezigheid;
hij heeft hen ook nog opgewacht. Daarnaast heeft verdachte ook nog op andere manieren met hen contact gezocht, namelijk door meerdere keren post gericht aan zijn zoon in hun brievenbussen te deponeren, (WhatsApp)berichten naar [benadeelde 2] te versturen en een beledigende tekst[het hof begrijpt: opmerking]
naar [benadeelde 3] te roepen.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
€ 1.000,00 (duizend euro) ter zake van immateriële schade;