Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
1.[geïntimeerde 1] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/304829 / HA ZA 16-148)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep 10 mei 2019;
- de memorie van grieven van [appellanten] van 15 oktober 2019 met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerden] van 21 januari 2020 met producties;
- de akte van [appellanten] van 3 maart 2020 met een productie;
- de antwoordakte van [geïntimeerden] van 31 maart 2020.
3. De beoordeling
en [persoon B] van Countus. Van deze bespreking zijn notulen opgemaakt en aan partijen toegezonden. [geïntimeerden] en [appellanten] hebben hun opmerkingen aan [persoon B] doorgegeven. Bij e-mailbericht van 20 september 2013 heeft [persoon B] de definitieve versie van de notulen aan alle betrokkenen toegezonden.
18 oktober 2013 heeft [geïntimeerde 2] deze punten schriftelijk bevestigd.
[persoon F] laten weten:
van 7 mei 2014 heeft [persoon G] [geïntimeerden] bericht dat [appellanten] zich op het standpunt stelt dat er een overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de scheiding en deling van de vennootschap, welke overeenkomst is vastgelegd in de
- nog niet ondertekende - concept vaststellingsovereenkomst (met bijlage) van
27 januari 2014. [persoon G] heeft partijen nogmaals verzocht deze concept vaststellingsovereenkomst ondertekend retour te zenden dan wel daaraan uitvoering te geven. Bij brief van 14 mei 2014 heeft [geïntimeerden] aangegeven dat zij daarmee niet kunnen instemmen. Bij e-mailbericht van 20 mei 2014 heeft [persoon G] gereageerd.
11 augustus 2015 heeft mr. Van Buul [appellanten] verzocht € 166.507,17 te betalen
uit hoofde van de afwikkeling van de vennootschap.