Uitspraak
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 9 juli 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 23 september 2019;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel, met productie;
De beoordeling
Met dank voor uw aanvraag treft u hierbij onze vrijblijvende offerte aan voor het vervangen van de 48 tank aansluitingen tbv de warmte detectie voor de sturing van de tank blussing.
hergebruiken van de 48 thermo melders.
dagtijd(…)
We hebben besloten de brandwacht langer door te laten lopen. Dit graag regelen met het bedrijf.(…)”.
Is er enig zicht over hoe lang dit zo gaat blijven?(…)”.
Dit zou ik aan jou willen vragen. Zolang het systeem niet werkt als bedacht moet er een brandwacht blijven lopen.(…)”.
Enkele weken geleden hebben wij aan u bekend gemaakt dat verzekeraar de “plant” heeft vrijgegeven om vervolgwerkzaamheden te gaan doen. Deze werkzaamheden behoren niet tot de oorspronkelijke opdracht. Voor zover mij bekend heeft [appellante] Installatietechniek daar een offerte voor verstuurd en is deze ook akkoord. Echter begrijp ik dat de opdracht en uitvoering op zich laat wachten doordat uw organisatie ervoor kiest om definitieve rapportages af te wachten. Ik kan dit begrijpen daar afhankelijk van deze uitkomsten de kosten van deze vervolgwerkzaamheden mogelijk tot de schade behoren. Echter wij hebben tot nu toe, zonder dat wij zekerheid hebben over de betaling ervan, de kosten voor de brandwacht voor onze rekening genomen. (tot nu toe meer dan € 100.000,00)
Vanaf 1 augustus zullen wij de kosten van de brandwacht bij [geïntimeerde] in rekening brengen, indien deze niet door onze verzekeraar gedekt worden. Dit is geheel conform de brief van onze [oud werknemer 2] d.d. 22-7-2014 aan [naam] en [hoofd technische dienst van de Holding] .
[appellante] heeft tot 1 augustus 2014, vanuit een groot verantwoordelijkheidsgevoel, de kosten voor de brandwacht voor haar rekening genomen. Wij stellen ons op het standpunt die kosten voor uw rekening dienen te komen.(…)”.
We hebben besloten de brandwacht langer door te laten lopen. Dit graag regelen met het bedrijf.(…)”, anders dan [appellante] betoogt, niet dat [geïntimeerde] opdracht aan [appellante] heeft verstrekt om brandwachten in te (blijven) zetten. Ook de e-mail van 22 juli 2014 van [appellante] aan [geïntimeerde] , waarin staat: “(…)
wij vinden het niet meer onze taak of verantwoording deze kosten langer te dragen en willen deze opdracht uiterlijk 1 augustus aanstaande aan u overdragen.(…)”, wijst niet op een opdracht van [geïntimeerde] aan [appellante] tot het inschakelen van de brandwachten. De ingebrachte stukken en stellingen bevatten geen feiten waaruit een andere uitleg van de voornoemde e-mails volgt.
Vanaf 1 augustus zullen wij de kosten van de brandwacht bij [geïntimeerde] B.V. in rekening brengen, indien deze niet door onze verzekeraar gedekt worden.(…)” en de brief van 8 juli 2016 waarin staat dat [appellante] tot 1 augustus 2014, vanuit een groot verantwoordelijkheidsgevoel, de kosten voor de brandwacht voor haar rekening heeft genomen, (zie hiervoor onder 6.1.22). Dit wijst er juist veeleer op dat [geïntimeerde] volgens [appellante] destijds niet gehouden was tot betaling voor de brandwachtperiode voorafgaand aan 1 augustus 2014.
Het vorderingsrecht uit hoofde van een gebrek vervalt door verloop van een maand na de schriftelijke en gemotiveerde ingebrekestelling.”