ECLI:NL:GHSHE:2021:4356

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 april 2021
Publicatiedatum
21 maart 2022
Zaaknummer
20-000813-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep schadevergoeding materiële schade na strafzaak

In deze strafzaak is in hoger beroep het vonnis van de politierechter deels vernietigd met betrekking tot de beslissing over de vordering van de benadeelde partij en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.

Het gerechtshof heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van €519,49 voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2019 tot aan de dag van voldoening. De overige vorderingen van de benadeelde partij zijn afgewezen.

De verdachte is veroordeeld tot het betalen van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en nog zal maken voor de tenuitvoerlegging van de schadevergoeding, voor zover begroot op nihil tot de datum van uitspraak. Tevens is een gijzelingstermijn van maximaal tien dagen bepaald voor het geval de verdachte niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet.

Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter voor het overige, met inachtneming van deze aanpassingen. Het arrest is uitgesproken op 23 april 2021 door de enkelvoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding van €519,49 met wettelijke rente toegewezen, overige vorderingen afgewezen.

Uitspraak

Parketnummer: 20-000813-20

Uitspraak : 23 april 2021
TEGENSPRAAK (art. 279 Sv Pro)
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie ’s-Hertogenbosch van 6 maart 2020, in de strafzaak onder parketnummer 01-280659-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
wonende te [adres]

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel, en met aanvulling en verbetering van gronden en doet in zoverre opnieuw recht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 519,49 (vijfhonderdnegentien euro en negenenveertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 519,49 (vijfhonderdnegentien euro en negenenveertig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 23 november 2019.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. C.P.J. Scheele.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 april 2021.