ECLI:NL:GHSHE:2021:4360

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 september 2021
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
20-003784-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 27 SrArt. 57 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in strafzaak over drietal brutale benzinediefstallen met oplegging voorwaardelijke gevangenisstraf

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak betreffende drie brutale benzinediefstallen heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van de feiten, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging. De politierechter sprak de verdachte vrij van de primair tenlastegelegde feiten, maar het hof legde een taakstraf van 60 uren op, subsidiair 30 dagen hechtenis, en daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar.

Het hof nam bij de strafoplegging de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten mee, evenals de omstandigheden waaronder deze gepleegd zijn en de persoonlijke situatie van de verdachte. Het hof hield rekening met het feit dat de verdachte bij een andere strafzaak reeds een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur opgelegd had gekregen. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient zowel als uitdrukking van de ernst van het bewezenverklaarde als ter preventie van nieuwe strafbare feiten.

De verdachte heeft geen verweer gevoerd tegen de bewezenverklaring door de politierechter, maar pleitte voor een milde straf met inachtneming van artikel 63 Sr Pro. Het hof vond dat de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf passend waren, mede gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn woonplaats in België, gezinsstatus en werk als zelfstandig ondernemer.

Het hof bepaalde dat de voorarresttijd in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf en bevestigde het vonnis voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 15 september 2021 door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 60 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Parketnummer: 20-003784-19

Uitspraak : 15 september 2021
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 december 2019, in de strafzaak met parketnummer 02-205212-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte - na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg - vrijgesproken van de onder 1. primair, 2. primair en 3. primair tenlastegelegde feiten en ter zake van:
  • feit 1 subsidiair: “Diefstal”;
  • feit 2 subsidiair: “Diefstal;
  • feit 3 subsidiair: “Diefstal”,
veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest naar rato van 2 uur per dag, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en te dien aanzien opnieuw rechtdoende de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.
De verdediging heeft:
  • geen verweer gevoerd met betrekking tot de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten door de politierechter.
  • met betrekking tot de op te leggen straf bepleit dat - indien het hof meent dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf op zijn plaats is - in zwaarwegende zin rekening zal worden gehouden met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht en dat zal worden volstaan met een dusdanige gevangenisstraf dat de verdachte zijn leven buiten de gevangenis binnen afzienbare tijd weer kan hervatten.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betref de opgelegde straf, de strafmotivering en de door de eerste rechter van toepassing verklaarde wetsartikelen.
Op te leggen straf
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Ten aanzien van de ernst van het bewezenverklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:
  • de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
  • de omstandigheid dat het hier gaat om een drietal brutale benzinediefstallen en de mate waarin door de bewezenverklaarde feiten schade is toegebracht aan de benadeelden.
Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:
  • de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 15 juni 2021, waaruit blijkt dat hij niet eerder door de strafrechter is veroordeeld ter zake van feiten als de onderhavige;
  • de inhoud van het de verdachte betreffend voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, Advies- & Toezichtunit 9 Zuid-West, d.d. 2 juli 2020, opgemaakt door mevrouw [reclasseringswerker] , reclasseringswerker;
  • de inhoud van een door verdachte zelf geschreven (ongedateerde) brief, door de raadsman overgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, waaruit onder meer blijkt dat hij woonachtig is in België, een nieuwe partner heeft, onlangs vader is geworden van een kind en kennelijk werkzaam is als zelfstandig ondernemer;
  • zijn overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken
Op grond daarvan en mede gelet op het bepaalde bij artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht en in het bijzonder gelet op de omstandigheid dat het hof bij het gelijktijdig gewezen arrest in de strafzaak tegen verdachte met parketnummer 20-002312-20 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur oplegt, kan naar het oordeel van het hof in de onderhavige zaak worden volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur met aftrek van voorarrest.
Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door:
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. drs. M.C.C. van de Schepop, raadsheren,
in tegenwoordigheid van R.H. Boekelman, griffier,
en op 15 september 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. Buljevic en mr. drs. Van de Schepop zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.