In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Limburg bevestigd, met uitzondering van de strafmaat. De zaak betreft opzettelijke overtredingen van verschillende voorschriften uit de Wet dieren, waaronder artikel 2.7, 2.2 zevende lid, en 2.1 eerste lid.
De advocaat-generaal vorderde een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis, en een geldboete van € 1.000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis. De verdachte voerde geen verweer. Het hof heeft de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten aangepast en de toepasselijke wettelijke voorschriften verduidelijkt.
Daarnaast zijn de vorderingen van drie benadeelde partijen toegewezen, met bedragen variërend van € 127,21 tot € 373,78, vermeerderd met wettelijke rente vanaf respectievelijke data in 2017. Het hof bevestigde het vonnis met inachtneming van deze aanpassingen en oordeelde dat de schadevergoedingsmaatregelen opgelegd dienen te worden.