ECLI:NL:GHSHE:2021:4373

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 augustus 2021
Publicatiedatum
7 april 2022
Zaaknummer
20-002023-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf en tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wegens opzetheling

Verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken wegens opzetheling, met aftrek van voorarrest. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in.

Het hof heeft het vonnis integraal bevestigd, met een nadere motivering omtrent de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. De verdachte had aangevoerd dat hij deelnam aan een begeleidingstraject van het FIT team in Eindhoven en dat detentie zijn plaats in dit traject zou bedreigen. De begeleidster bevestigde dat een detentie van maximaal vier weken nog te regelen zou zijn, maar langer niet.

Het hof stelde vast dat verdachte de opgelegde straf van 6 weken reeds had uitgezeten en dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf van 4 weken niet zal leiden tot verlies van zijn plaats in het begeleidingstraject. Gezien het feit dat verdachte zich tijdens de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, bevestigde het hof de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf.

De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van verdachte waarin hij toegaf dat hij wist dat de fiets gestolen was en deze kort in bezit had. Het hof volstond met de opgave van deze bewijsmiddelen omdat verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen vrijspraak werd bepleit.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 25 augustus 2021.

Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van 6 weken en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken wegens opzetheling.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002023-20
Uitspraak : 25 augustus 2021
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 15 september 2020, parketnummer 01-223669-20 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 01-141588-20, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
postadres te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte veroordeeld ter zake van opzetheling tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van voorarrest en is de tenuitvoerlegging gelast van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken onder parketnummer 01-141588-20.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis integraal zal bevestigen.
Door de verdediging is bepleit dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken onder parketnummer 01-141588-20 niet geëxecuteerd zal worden en dat deze vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen, dan wel dat de proeftijd wordt verlengd, dan wel wordt omgezet in een taakstraf.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met uitzondering van de bewijsmiddelen en met aanvulling van de motivering van de beslissing ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 01-141588-20.
Bewijsmiddelen
Het hof volstaat op de voet van het bepaalde in artikel 359 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering met de opgave van de bewijsmiddelen, aangezien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit.
Het proces-verbaal van aangifte van aangever [aangever] d.d. 4 september 2020 nummer P2100-2020202006-2;
Het proces-verbaal van verhoor verdachte nummer PL2100-2020201902-9, voor zover inhoudende als bekennende verklaring van verdachte:
V: Wist jij wel dat die fiets gestolen was?A: Ja dat wist ik.
V: Hoelang heb je deze fiets al in je bezit?
A: Ik had hem 5 minuten nog niet eens denk ik.
3. De kennisgeving van inbeslagname nummer PL2100-2020201902-6.
Aanvullende motivering ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging onder parketnummer 01-141588-20
In hoger beroep is van de zijde van de verdachte nog aangevoerd dat de verdachte sinds twee maanden deelneemt aan een begeleidingstraject van het FIT team van de gemeente Eindhoven en dat hij zijn plaats binnen dit traject mogelijk kwijtraakt als hij gedetineerd raakt. Derhalve heeft de verdediging bepleit om de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken onder parketnummer 01-141588-20 af te wijzen, dan wel de proeftijd te verlengen, dan wel de straf om te zetten in een taakstraf.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de begeleidster van de verdachte van het FIT team naar voren gebracht dat zij met de verdachte werkt om zijn zaken op orde te brengen en dat de verdachte zijn taken nakomt. Een detentie van meer dan vier weken kan er volgens de begeleidster toe leiden dat de verdachte zijn plaats binnen het traject kwijtraakt. Een detentie tot maximaal vier weken zou te regelen moeten zijn.
Het hof stelt vast dat de verdachte de door de politierechter in deze zaak opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van voorarrest, welke het hof bevestigt, reeds heeft uitgezeten en dat hij op grond van deze gevangenisstraf niet opnieuw gedetineerd zal raken. Voorts stelt het hof vast dat een tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken onder parketnummer 01-141588-20 er – gelet op hetgeen de begeleidster van de verdachte ter terechtzitting naar voren heeft gebracht – niet toe zal leiden dat de verdachte zijn plaats binnen het begeleidingstraject kwijt zal raken. Het hof ziet derhalve in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken niet ten uitvoer te leggen. Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, zal het hof de beslissing van de politierechter tot het gelasten van de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken onder parketnummer 01-141588-20 bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. F.P.E. Wiemans, voorzitter,
mr. Y.G.M. Baaijens- van Geloven en mr. A.M.G. Smit, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.R.A.C. Dinnissen, griffier,
en op 25 augustus 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.M.G. Smit is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.