Op 10 maart 2018 heeft verdachte in Tilburg twee overtredingen begaan van de Wegenverkeerswet 1994, namelijk een overtreding van artikel 163, tweede lid, en een overtreding van artikel 5. De politierechter in Zeeland-West-Brabant veroordeelde verdachte, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Ten aanzien van de eerste overtreding legde het hof een taakstraf van 20 uur op, met een vervangende hechtenis van 10 dagen indien de taakstraf niet wordt verricht. Daarnaast werd de verdachte voor 179 dagen de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen, waarbij de periode van eerder ingevorderd rijbewijs in mindering wordt gebracht.
Voor de tweede overtreding legde het hof een rijontzegging op van 4 maanden en een bijkomende ontzegging van 2 jaar, waarvan de bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij verdachte zich binnen een proeftijd van twee jaar opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. Het arrest werd mondeling uitgesproken op 6 september 2021 door mr. F.C.J.E. Meeuwis.