Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2021:4378

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 augustus 2021
Publicatiedatum
7 april 2022
Zaaknummer
20-003829-19
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 lid 5 OpiumwetArt. 416 tweede lid Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven in Opiumwetzaak

De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden wegens opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat de verdachte geen schriftelijke of mondelinge grieven heeft ingediend tegen het vonnis van de politierechter.

De advocaat-generaal vorderde daarop dat het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk zou verklaren wegens het ontbreken van grieven. Het hof oordeelde dat zonder grieven het hoger beroep niet inhoudelijk onderzocht hoeft te worden. Het hof paste artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering toe en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 augustus 2021. Mr. S.V. Pelsser was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003829-19
Uitspraak : 23 augustus 2021
VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 25 november 2019, in de strafzaak met parketnummer 01-203257-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats/land] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte door de politierechter ter zake van ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 lid 5 van Pro de Opiumwet’, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep omdat zij geen grieven kenbaar heeft gemaakt tegen het vonnis van de politierechter.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling (of via een gemachtigd advocaat) bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden. Daarom zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:
verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. N.J.L.M. Tuijn, voorzitter,
mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. S.V. Pelsser, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.P.T.G. van den Uithoorn, griffier,
en op 23 augustus 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. S.V. Pelsser is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.