ECLI:NL:GHSHE:2021:4386

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 september 2021
Publicatiedatum
25 april 2022
Zaaknummer
20-002039-20
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding artikel 9 Wegenverkeerswet 1994

Op 30 april 2020 heeft verdachte te Grave een overtreding begaan van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in de rechtbank Oost-Brabant heeft op 15 september 2020 een vonnis gewezen tegen verdachte.

Verdachte ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 6 september 2021 het vonnis van de politierechter vernietigd en doet opnieuw recht. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan drie weken voorwaardelijk voor een proeftijd van twee jaren.

De voorwaardelijke straf zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij verdachte zich binnen de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt. Tevens wordt de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf gelast. Het arrest is mondeling uitgesproken door de enkelvoudige kamer van het hof.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Parketnummer: 20-002039-20

Uitspraak : 6 september 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zitting houdende te
‘s-Hertogenbosch van 15 september 2020, in de strafzaak onder parketnummer 96-159252-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
wonende te [adres] .
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
Gepleegd: op 30 april 2020 te Grave.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
3 (drie) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 2 augustus 2018, parketnummer 96-075092-18, te weten van:
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. F.C.J.E. Meeuwis.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 september 2021.