Op 21 januari 2020 werd verdachte te Vught aangehouden wegens een overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in Oost-Brabant veroordeelde verdachte aanvankelijk, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep op 21 september 2021.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €800, een taakstraf van 40 uur en 16 dagen hechtenis die bij gebreke van betaling vervangen wordt. Daarnaast werd een proeftijd van twee jaar opgelegd, met een vervangende hechtenis van 20 dagen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht.
De taakstraf zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte zich binnen de proeftijd schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit. Zowel verdachte als de advocaat-generaal deden afstand van het recht om cassatie in te stellen. Het arrest werd mondeling uitgesproken door mr. F. van Es.