ECLI:NL:GHSHE:2021:494
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing voorlopige voorziening partneralimentatie na bedrijfsherstructurering
De man is ondernemer met een slagerij en heeft zijn eenmanszaak per 1 maart 2020 omgezet in een besloten vennootschap (BV). Hij verzocht om voorlopige verlaging van de partneralimentatie van circa €8.150 naar €2.225 per maand, omdat hij door de herstructurering en de gevolgen van Covid-19 financieel niet meer in staat zou zijn de hogere alimentatie te betalen.
De rechtbank Limburg wees dit verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing van dringend belang. De man ging in hoger beroep en stelde dat hij een noodkrediet moest afsluiten en dat de vrouw geen verdiencapaciteit heeft. De vrouw betwistte de financiële noodzaak, stelde dat de man zelf zijn salaris bepaalt, dat hij onverklaarde privé-opnamen deed en dat de omzet van zijn slagerij juist is gestegen tijdens de coronaperiode.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende verifieerbare financiële gegevens had overgelegd, zoals jaarstukken en belastingaangiften, en onvoldoende had onderbouwd dat de herstructurering noodzakelijk was of dat hij de alimentatie niet kon betalen. De stelling van de vrouw dat de man over spaargeld en onroerend goed beschikt, werd niet weerlegd. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man alsnog af wegens gebrek aan dringend belang.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot voorlopige verlaging van partneralimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing van dringend belang.