Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[de vennootschap 1],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/296023 / HA ZA 15-494)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven in principaal hoger beroep;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens aanvulling grondslag van de vordering, met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de conclusie van eis in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding, van [geïntimeerde] van 25 februari 2020, met producties;
- de memorie van antwoord in incident van 10 maart 2020;
- het pleidooi van 20 oktober 2020, waarbij mr. Bannenberg een pleitnota en producties 52 tot en met 59 heeft overgelegd.
3.De beoordeling
[Beheer B.V.] had in ieder geval in 2007 naast het van [ICT bedrijf B.V.] ontvangen dividend ook nog winst behaald uit zelfstandige activiteiten bestaande uit het verkopen van hardware (door partijen “zelfstandige omzet” of “automatiseringsomzet” genoemd). [appellanten] ging er vanuit dat het hier om incidentele omzet ging waarvan alleen in 2007 sprake was. In zijn waardering van de aandelen in [Beheer B.V.] telde hij die omzet mee omdat hij van het hof opdracht had gekregen om rekening te houden met gerealiseerde resultaten (zoals toegelicht in zijn brief van 26 maart 2010).
[appellanten] berekende aldus de waarde van de aandelen van [ex-echtgenoot van geintimeerde] in [Beheer B.V.] op € 134.768,00.
“de waarde van de aandelen en van het maatschapsaandeel per 19 juli 2006 vast te stellen, rekening houdend met de verwachtingen ten aanzien van toekomstige resultaten op basis van inmiddels bekend geworden resultaten”.Bij de beoordeling is van belang dat het hof de opdracht geeft en de betekenis bepaalt van deze zinsnede (in het bijzonder: de term “inmiddels bekend geworden resultaten”).
“Opgemerkt wordt[door [geïntimeerde] , hof]
dat de jaarrekening [Beheer B.V.] 2008 nog niet gereed en aangeleverd was op het moment van waarderen[eind 2009, hof]
en dat de inhoud van de jaarrekening van invloed zou kunnen zijn op de waarderingsrapportage. Naar onze mening klopt het dat de inhoud van een finale jaarrekening [Beheer B.V.] 2008 van invloed kan zijn geweest op de rapportage. (…) Indien de resultaten afwijken van de bedragen in de prognose zal dit wel haar weerslag hebben op de waardering (…). Verder wil ik opmerken dat het rapport is opgesteld in het vierde kwartaal 2009 toen de gegevens over 2008 ons onbekend waren.”
“(…) anders dan de vrouw lijkt te veronderstellen was de deskundige niet gehouden om zijn bericht in een later stadium aan te passen in verband met later aan hem ter beschikking gestelde gegevens. Gelet op de vraagstelling kan van de deskundige niet worden verlangd dat hij de definitieve versie[het gaat hier kennelijk, zo blijkt uit de context, om de versie die in het vierde kwartaal van 2009 is voorbereid, hof]
van zijn bericht aanpast als daarna nieuwe gegevens beschikbaar komen.”Het hof in de echtscheidingsprocedure heeft aldus, ondanks de wetenschap van alle relevante gegevens en ondanks de substantiële impact van de gepubliceerde jaarcijfers over 2008 en 2009 (in die zin dat een veel hoger bedrag ten gunste van [geïntimeerde] zou kunnen worden toegewezen), het werk van [appellanten] aanvaardbaar geacht, geen nader onderzoek opgedragen en de eindbeschikking van 13 december 2011 gegeven.
genoegzaam toegelicht waarom met de hard- en softwareactiviteiten zijns inziens geen rekening dient te worden gehouden. Naar het oordeel van het hof geeft de deskundige daarbij terecht aan dat die activiteiten voor de waardering van het bedrijf per 19 juli 2006 niet relevant zijn. Dit laatste geldt ook voor de verkoop van de aandelen in [ICT bedrijf B.V.] in 2010 door [Beheer B.V.] : ook dit is voor de waardering van het bedrijf per 19 juli 2006 niet relevant.”
going concernte waarderen?
(i) de gestelde op ongeoorloofde wijze verkregen omzet mocht behouden (finale kwijting voor eventuele aanspraken van [ICT bedrijf B.V.] en de compagnons met betrekking tot de gestelde ongeoorloofde gedragingen);
(ii) geen toekomstige omzet uit de onderneming [ICT bedrijf B.V.] zou ontvangen;