ECLI:NL:GHSHE:2021:53
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie na echtscheiding met beoordeling draagkracht en behoefte
Partijen zijn in 2008 gehuwd en in 2016 gescheiden. De vrouw, van Chinese nationaliteit, en de man, Belgisch staatsburger, hebben een geschil over de hoogte van de partneralimentatie. De rechtbank had de bijdrage van de man verlaagd tot nihil vanaf 1 oktober 2019. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat haar behoefte hoger is dan vastgesteld, mede vanwege haar beperkte verdiencapaciteit en gezondheidsklachten. De man voerde aan dat de vrouw onvoldoende inzicht gaf in haar inkomen en dat hij geen draagkracht meer heeft vanaf 1 oktober 2019.
Het hof oordeelde dat de vrouw haar inkomen over 2018 onvoldoende had aangetoond en stelde haar netto besteedbaar inkomen gelijk aan dat van 2019 (€1.064 per maand). De aanvullende behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €359 netto per maand voor de periode 1 september 2018 tot 1 oktober 2019. De verdiencapaciteit van de vrouw werd erkend tot 1 oktober 2019, daarna niet meer relevant vanwege het ontbreken van draagkracht bij de man.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomen bij zijn nieuwe werkgever vanaf 1 september 2018, waarbij zijn keuze om niet meer in ploegendiensten te werken niet als verwijtbaar werd beschouwd. De man heeft draagkracht voor partneralimentatie tot 1 oktober 2019, variërend van €211 tot €326 bruto per maand. De beschikking van de rechtbank werd deels vernietigd en gewijzigd, waarbij de man een bijdrage aan de vrouw moet betalen voor de genoemde periode, met verrekening van te veel betaalde bedragen. De kosten van het hoger beroep worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de partneralimentatie voor de vrouw van 1 september 2018 tot 1 oktober 2019 en bepaalt een bijdrage van de man tussen €211 en €326 bruto per maand.