De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank die haar kinderen onder toezicht stelde wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging. De kinderen, geboren in 2012 en 2014, zijn sinds juli 2020 voorlopig onder toezicht gesteld en geplaatst in een Safehouse vanwege een onveilige thuissituatie gekenmerkt door verbaal huiselijk geweld en instabiliteit.
De moeder stelt dat zij inmiddels in staat is om de vader buiten de deur te houden en de benodigde hulpverlening vrijwillig kan organiseren. De raad voor de kinderbescherming betoogt echter dat de situatie nog onvoldoende stabiel is, dat de kinderen ernstige ontwikkelingsproblemen vertonen en dat de moeder onvoldoende grip heeft op de opvoeding en hulpverlening.
Het hof concludeert dat ondanks enige verbetering de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen. De hulpverlening is nog niet gestart en de moeder heeft onvoldoende inzicht gegeven in de wijze waarop zij de hulpverlening zelfstandig kan organiseren. De ondertoezichtstelling wordt daarom bekrachtigd.