In deze zaak staat de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind centraal. De moeder, die het gezag uitoefent en het hoofdverblijf heeft, verzoekt in hoger beroep om de omgang met de vader te ontzeggen of aan te passen vanwege ernstige nadelige gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. De vader stelt dat hij recht heeft op omgang en dat de moeder de omgang belemmert.
Het hof heeft tijdens de mondelinge behandeling vastgesteld dat er geen contact is tussen vader en kind en dat de omgangsregeling zoals vastgesteld door de rechtbank niet uitvoerbaar is gebleken. Partijen zijn overeengekomen dat het contact voorlopig via Skype zal plaatsvinden, met wekelijkse of tweewekelijkse gesprekken onder specifieke voorwaarden.
Het hof schorst de werking van de eerdere beschikking en houdt de zaak aan tot 1 april 2021, waarbij de advocaten worden verzocht het hof te informeren over de voortgang van de Skypegesprekken. De verdere behandeling wordt aangehouden om te beoordelen of en hoe de omgangsregeling kan worden voortgezet in het belang van het kind.