ECLI:NL:GHSHE:2021:604
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- J.T.F.M. van Krieken
- J.P.F. Rijken
- G.P.M.F. Mols
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis na veroordeling voor medeplegen mensenhandel
Verzoeker is door twee feitelijke instanties veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden wegens medeplegen van mensenhandel. Het hof heeft op grond van deze veroordeling een bevel tot gevangenneming uitgesproken, dat ambtshalve is gegeven, ondanks dat dit niet door de advocaat-generaal was gevorderd.
Verzoeker stelde dat zijn persoonlijke belangen, waaronder het financieel regelen van zijn situatie, zwaarder zouden moeten wegen dan het maatschappelijk belang en dat hij zijn recht op bewegingsvrijheid moest kunnen uitoefenen zolang de cassatieprocedure loopt. Het hof overweegt echter dat het bevel tot voorlopige hechtenis gerechtvaardigd is gezien de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat het arrest niet evident onjuist is en de vrijheidsbeneming gebaseerd is op artikel 5 lid 1 sub a EVRM Pro. Ook het verzoek tot schorsing wordt afgewezen omdat er geen bijzondere zwaarwichtige omstandigheden zijn die het persoonlijk belang van verzoeker boven het maatschappelijk belang doen prevaleren.
Het hof wijst het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis af. Verzoeker is tot op heden voortvluchtig en heeft zich niet laten horen over het bevel tot gevangenneming.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt het bevel tot gevangenneming.