ECLI:NL:GHSHE:2021:653
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag over drie minderjarige kinderen na langdurige uithuisplaatsing
Deze zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het ouderlijk gezag over haar drie minderjarige kinderen beëindigde. De kinderen zijn sinds 2016 onafgebroken onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie, waaronder huiselijk geweld, psychische problematiek en detentie van de moeder.
De moeder erkent de plaatsing en werkt mee aan beslissingen, maar wil het gezag behouden om stabiliteit en continuïteit te waarborgen. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling betwijfelen echter de duurzame acceptatie van de uithuisplaatsing door de moeder en benadrukken haar emotionele onvoorspelbaarheid.
Het hof stelt vast dat de kinderen zich goed ontwikkelen in pleeggezinnen en een gezinshuis, maar dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding kan dragen. De eerdere kortdurende terugplaatsing van een kind bij de moeder mislukte, wat onrust veroorzaakte. Het hof oordeelt dat het belang van de kinderen vraagt om duidelijkheid over hun verblijfplaats en bevestigt daarom de beëindiging van het gezag, waarbij de moeder wel een belangrijke rol blijft houden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de drie kinderen.