Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het verloop van de procedure
- de stukken van de procedure bij de rechtbank;
- de dagvaarding in hoger beroep van 26 juni 2018;
- de memorie van grieven met producties 56 tot en met 83;
- de memorie van antwoord met producties 18 tot en met 20;
- de op 10 maart 2020 nagezonden productie 21 van [geïntimeerden] ;
- de op 24 maart 2020 nagezonden productie 22 van [geïntimeerden] ;
- de op 24 maart 2020 nagezonden producties 85 tot en met 103 van [appellanten] ;
- de op 25 maart 2020 door [appellanten] toegezonden agendapunten voor het pleidooi;
- de op 26 maart 2020 toegezonden producties 104 en 105 van [appellanten] ;
- de op 4 november 2020 toegezonden producties 23 tot en met 27 van [geïntimeerden] ;
- de akte indiening producties van 9 november 2020, met producties 106 tot en met 112 van [appellanten] ;
- het op 23 november 2020 gehouden pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
2.Waar gaat het geschil over?
3.De beoordeling
- In het petitum van de memorie van grieven hebben [appellanten] onder 6 een vordering opgenomen met betrekking tot, kort samengevat, de dakpannen bij de dakgoot tussen de daken van partijen. Tijdens het pleidooi heeft de raadsman van [appellanten] aangegeven dat [appellanten] deze vordering laten vallen. Het hof zal dan ook niet meer over die vordering en de daarop betrekking hebbende grieven 11 en 17 oordelen.
- Bij de akte indiening producties van [appellanten] van 9 november 2020 bevindt zich na de inhoudsopgave van de nagezonden producties op het derde blad een stuk, naar het hof begrijpt opgesteld door [appellanten] , dat in de aanhef onder meer vermeldt “AANVULLING EISEN”. Bij het pleidooi hebben [appellanten] aangegeven dat van een aanvulling/vermeerdering van eis geen sprake is. Het hof zal dan ook oordelen over de vorderingen zoals die in het petitum van de memorie van grieven zijn weergegeven (met uitzondering van de ingetrokken vordering onder 6).
- Beide partijen hebben in de aanloop tot het pleidooi bij het hof veel producties toegezonden. Voor het overgrote deel hebben partijen bij het inzenden van die producties geen, althans geen duidelijke toelichting gegeven. Het hof zal bij zijn beoordeling alleen die nagezonden producties betrekken die of wel vooraf of wel tijdens het pleidooi zijn voorzien van een goede toelichting van partijen. Het is niet aan het hof om zelf in de grote hoeveelheid niet toegelichte producties te gaan zoeken naar argumenten die van belang zouden kunnen zijn voor de beoordelingen van de stellingen van partijen.
- Het hof stelt vast dat de grieven niet steeds zijn voorzien van een duidelijke, heldere en relevante toelichting en onderbouwing. Dat bevordert de begrijpelijkheid en daarmee de beoordeling van de grieven niet. Daarbij is het hof opgevallen dat [appellanten] herhaaldelijk vooral op de persoon van [geïntimeerden] gerichte argumenten aanvoeren en dat zij [geïntimeerden] , maar ook andere actoren in dit geschil (zoals bijvoorbeeld de heer [naam 1] van het Kadaster, hierna: [naam 1] ) betichten van allerlei onoorbare handelingen en van het plegen van (meerdere) strafbare feiten. Het hof zal bij de beoordeling geen acht slaan op al die, soms nogal vergaande, argumentaties en aantijgingen, omdat hij die voor de beoordeling van de relevante rechtsvragen in het geheel niet van belang acht.
- Het hof laat verder de memorie van antwoord vanaf pagina 43 buiten beschouwing. In de eerste 42 pagina’s hebben [geïntimeerden] alle grieven uitgebreid besproken en verweer gevoerd en het hof heeft daarvan kennis genomen. Daarna, in pagina’s 43 tot en met 77, hebben [geïntimeerden] onder het kopje “randnummergewijze betwisting” min of meer staccato gereageerd op wat [appellanten] bij de aangehaalde randnummers zou hebben aangevoerd. Deze manier van reageren maakt het voor het hof nagenoeg onmogelijk om de teksten als samenhangend geheel te lezen en te begrijpen. Bovendien, zo blijkt bij globale lezing, herhalen [geïntimeerden] heel veel van wat zij al in de eerste 42 pagina’s van de memorie van antwoord hebben geschreven.
- Tenslotte overweegt het hof dat hij grief 1 als een “veeggrief”/algemene grief tegen het bestreden vonnis opvat. De grief bevat als toelichting een wijdlopig relaas waarin zonder duidelijke structuur of lijn en met verwijzing naar een aantal producties wordt aangegeven wat er allemaal in de visie van [appellanten] verkeerd zou zijn gegaan, waarbij verwezen wordt naar de volgens [appellanten] kwalijke rol die diverse bij deze zaak betrokken personen zouden hebben vervuld. Een duidelijke grief, anders dan dat de rechtbank ten onrechte de vorderingen in conventie heeft toegewezen en die in reconventie heeft afgewezen, kan het hof echter niet lezen in grief 1.
Het dak van het tuinhuis van [appellanten] en de zinken rand op de muur (grieven 2, 3, 4, 5, 12, 13)
De overkapping van [geïntimeerden] (grieven 2, 4, 5, 9 en 15)
De betonnen schutting van [appellanten] (grieven 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 14 en 18)
Conclusie
De schoorsteen (grieven 10 en 16)
De kosten van onderzoek en vaststelling van de schade en aansprakelijkheid (grief 18, door [appellant] kennelijk abusievelijk grief 9 genoemd)
De proceskosten (grief 19, ten onrechte als grief 10 aangeduid door [appellanten] )