Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[naam verdachte] ,
feit 1) en bedreiging met een levensdelict, althans met zware mishandeling (
feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank de verdachte een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/benadeelde partij] toegewezen tot een bedrag van € 34.463,68, bestaande uit € 27.963,68 aan materiële schade en € 6.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. De vordering is voor het overige deels afgewezen en deels is de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proces- en executiekosten aan de zijde van de benadeelde partij, begroot op nihil. Ten slotte is ten behoeve van het slachtoffer de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 december 2016 (pg. 40-42 politiedossier), voor zover inhoudende als het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
het hof begrijpt: aangeefster [slachtoffer/benadeelde partij]]. Bij binnenkomst zagen wij dat [slachtoffer/benadeelde partij] huilde. Hierop zijn we naar de woonkamer gegaan en hebben we gevraagd wat er precies gebeurd is.
Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 10 december 2016, te 01:30 uur (pg. 103-107 politiedossier), voor zover inhoudende de weergave van het gesprek met [slachtoffer/benadeelde partij] :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 14 december 2016 (pg. 109-117 politiedossier), voor zover inhoudende een weergave van het verhoor van aangeefster [slachtoffer/benadeelde partij] :
moeten] zetten. (…) Ik kan nog zeggen dat toen ik van die man mocht gaan dat hij me vroeg aan wie ik dit zou gaan vertellen. Ik zei toen, niemand. Die man zei toen nog dat als ik het aan iemand zou vertellen hij me door mijn kop zou schieten.
Een geschrift, te weten een Onderzoeksrapportage behorende bij de onderzoeksset zedendelicten (pg. 176-183 politiedossier), voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Oostrum (Li) op 9 december 2016 (pg. 191-195 politiedossier), voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 10 december 2016 (pg. 196-198 politiedossier), voor zover inhoudende een weergave van het verhoor van de getuige [getuige] :
Het proces-verbaal historische telefoongegevens d.d. 17 maart 2017 (pg. 283 en 284 politiedossier), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
Het proces-verbaal van 2e verhoor verdachte d.d. 12 maart 2017 (pg. 312-317 politiedossier), voor zover inhoudende de weergave van het verhoor van de verdachte [verdachte] :
decisive) onderdeel van het bewijs, terwijl de verdediging aangeefster op geen enkel moment in de procedure heeft kunnen horen. Daarmee is het ondervragingsrecht geschonden. Omdat hiervoor onvoldoende compensatie is geboden en het in dat kader uitgebrachte rapport door de deskundige dr. [deskundige 1] buiten beschouwing moet worden gelaten, zou het gebruik maken van de verklaringen leiden tot een schending van artikel 6, derde lid, sub d, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens [
hierna: EVRM].
het hof begrijpt hier en hierna: [slachtoffer/benadeelde partij]]. Zij vroeg of hij zin had in iets spannends, hij vroeg wat zei bedoelde en zij zei seks. Hij stemde in en hij volgde haar naar de plaats toe, alwaar zij hem heeft gepijpt. De verdachte kwam klaar in haar mond en is vervolgens weer weggegaan. Ondanks dat [slachtoffer/benadeelde partij] dat vroeg, heeft de verdachte geen enkele seksuele handelingen bij haar verricht omdat hij het te koud en donker vond en hij voelde zich er niet prettig bij want hij had een relatie. [slachtoffer/benadeelde partij] heeft haar kleren niet uitgedaan waar hij bij was. Hij heeft de gebeurtenis niet gemeld bij de tbs-kliniek omdat hij zich niet heeft gehouden aan de route die is vastgelegd en daardoor zou hij problemen krijgen, aldus de verdachte.
Is er een goede reden voor het ontbreken van een behoorlijke en effectieve ondervragingsmogelijkheid?
Berust de bewezenverklaring uitsluitend of in beslissende mate op de verklaring van aangeefster?
Is sprake van afdoende compenserende maatregelen?
Over betrokkene zijn vele rapportages opgesteld in de loop zijn PIJ- en tbs-traject. Diagnostisch worden deze rapportages gekenmerkt door een grote mate van diagnostische overeenstemming. Bij betrokkene wordt steeds een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld met narcistische en antisociale trekken. Kern van de gebrekkige ontwikkeling is een sterke krenkbaarheid, die zowel tot berekenende, gecontroleerde agressie heeft aangezet, als tot meer impulsieve reactieve agressie. In de loop der jaren is het beeld milder geworden, zo hebben ook de laatste onafhankelijke rapporteurs vastgesteld (2016/2017) maar er kon vooralsnog van een gebrekkige ontwikkeling gesproken worden (…) Op basis van het onderhavige onderzoek komen onderzoekers tot een gelijkluidende diagnostische conclusie. Betrokkene is nog altijd een krenkbare man, die in een steunende context 'acting out' gedrag kan afwenden, maar in een bedreigende context niet, blijkens de diverse incidenten in detentie. Zijn persoonlijkheid is in diverse opzichten nog rudimentair ontwikkeld, met een beperkte mate van integratie tussen emoties, gedachten en gedrag. Wat in betrokkene omgaat is voor hem en voor anderen moeilijk in te schatten, ook omdat betrokkene in de loop van zijn zeer langdurige verblijf in instellingen gehospitaliseerd is geraakt en gedrag laat zien dat eerder aangeleerd dan authentiek is. Er zijn geen aanwijzingen voor een ontwikkelingsstoornis zoals autisme of ADHD. Betrokkene is een rigide man die zich moeilijk in een ander kan verplaatsen, maar dit past bij de beschreven persoonlijkheidsproblematiek.
Onderzoekers concluderen dat het veel te kort door de bocht is te stellen dat de gebrekkige ontwikkeling van betrokkene altijd doorwerkt in alle gedragingen die hij laat zien en dus ook in het hem ten laste gelegde, indien bewezen. Vragen over zijn motief, zijn bedoeling, over impulsiviteit versus berekening, kunnen niet beantwoord worden. Op basis van het onderhavige onderzoek achten onderzoekers het daarom niet mogelijk zich uit te spreken over het bestaan van een verband tussen de bij betrokkene vastgesteld gebrekkige ontwikkeling en het ten laste gelegde, indien bewezen. Een verband is niet te onderbouwen en evenmin uit te sluiten. Onderzoekers hebben geen inzicht gekregen in de factoren die, indien bewezen, tot het ten laste gelegde hebben geleid."
ten aanzien van de straf" is vermeld;
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
45 (vijfenveertig) maanden;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd;
€ 37.387,47 (zevenendertigduizend driehonderdzevenentachtig euro en zevenenveertig eurocent) bestaande uit € 27.387,47 (zevenentwintigduizend driehonderdzevenentachtig euro en zevenenveertig eurocent) aan materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 235,64 (tweehonderdvijfendertig euro en vierenzestig eurocent);