Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- mevrouw [de moeder] (hierna te noemen: de moeder);
- de heer [de broer] (hierna te noemen: de broer),
- [de bewindvoerder] Bewindvoeringen B.V. (hierna te noemen: de bewindvoerder).
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- appellant, bijgestaan door mr. Engelsma;
- de broer, bijgestaan door mr. Wouters;
- de bewindvoerder, in de persoon van de heer [de bewindvoerder] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandelingen in eerste aanleg op 19 september 2019 en 3 oktober 2019;
- het V-formulier met bijlage van de advocaat van de broer d.d. 5 november 2020;
- de brief van de bewindvoerder met bijlagen d.d. 6 november 2020.
3.De beoordeling
- de aanvankelijke volmacht van de moeder aan appellant om de financiële en administratieve zaken te regelen, omdat de moeder zichzelf daartoe onvoldoende in staat achtte;
- het levenstestament van de moeder, waarin zij zowel appellant als de broer een algemene volmacht heeft verleend om haar in al haar hoedanigheden, waaronder begrepen haar hoedanigheid van bestuurder en/of aandeelhouder van een rechtspersoon en van certificaathouder, in alle zaken te vertegenwoordigen en namens haar alle rechtshandelingen te verrichten op het gebied van het burgerlijk recht, het belastingrecht, het procesrecht en elk ander rechtsgebied, voor zover de wet dat toestaat. Hierbij vermeldt het levenstestament nadrukkelijk dat de gevolmachtigden hun taken uit hoofde van de algemene volmacht slechts tezamen kunnen uitoefenen, maar zij elkaar wel schriftelijk (algemene of bijzondere) onder-volmacht kunnen verlenen;
- het feit dat er – met akkoordverklaring van zowel appellant als de broer – een mentorschap is ingesteld over de moeder, omdat zij als gevolg van de lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is zelf ten volle haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen;
- het betoog van de bewindvoerder en de broer ter zitting van het hof.