Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd wat betreft de bewezenverklaring en kwalificatie van het ten laste gelegde. Het gaat om ontuchtige handelingen met een meisje van 13 jaar, waaronder seksueel binnendringen. De verdachte, destijds 18 jaar, is veroordeeld voor deze feiten.
Het hof vernietigde echter de strafoplegging van de rechtbank en legde een gevangenisstraf van 30 dagen op, waarvan 29 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar, en een taakstraf van 100 uur. Dit vanwege het taakstrafverbod in artikel 22b Sr dat in deze zaak van toepassing is, omdat sprake is van een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
De bewezenverklaring berust op diverse bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte in hoger beroep. Het hof verwierp het verweer dat het taakstrafverbod niet van toepassing zou zijn, gelet op de jeugdige leeftijd van het slachtoffer, de impact van het delict en de omstandigheden waaronder het plaatsvond.
Het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals zijn jonge leeftijd en het ontbreken van eerdere veroordelingen, en vond een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf passend. De overige onderdelen van het vonnis van de rechtbank werden bevestigd.