Verdachte wordt verweten poging tot diefstal met geweld op het station te hebben gepleegd door een vrouw te bedreigen en haar telefoon te willen afpakken. De rechtbank wees verzoeken tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege ernstige bezwaren, gevaar voor herhaling en maatschappelijke veiligheid.
In hoger beroep bevestigt het hof deze beslissing. Het benadrukt dat vrijheidsbeneming een ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden toegepast, waarbij de rechter een strikte motiveringsplicht heeft volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Concrete omstandigheden moeten aangeven waarom voorlopige hechtenis noodzakelijk is.
Het hof oordeelt dat er voldoende ernstige bezwaren zijn, onder meer op basis van verklaringen van getuigen en verdachte zelf. Verdachte heeft een verleden met soortgelijke delicten en psychiatrische problemen, wat het risico op herhaling vergroot. Het beroep op artikel 67a lid 3 Sv wordt verworpen omdat de situatie daarvoor niet is aangewezen.
De beschikking van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen. Het hof benadrukt ook het belang van een spoedige behandeling van voorlopige hechteniszaken om de verdachte een effectieve rechtsbescherming te bieden.