Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Desgevraagd blijkt dat [verzoekster] er vanuit is gegaan dat de kosten van de prothese niet (meer) waren verzekerd, dus dit heeft aangenomen.
Zo heeft zij met betrekking tot de door haar voor haar eigen rekening gestelde gedane betalingen geen betalingsbewijzen overgelegd. Ten aanzien van de prothese heeft bovendien te gelden dat [verzoekster] hieromtrent verklaard heeft dat de kosten hiervan niet meer door de zorgverzekeraar van erflaatster zouden worden vergoed. Een schrijven van de betreffende zorgverzekeraar waaruit zulks genoegzaam afgeleid kan worden is evenwel niet door [verzoekster] overgelegd. [verzoekster] heeft bovendien ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij inzake de vergoeding van voornoemde prothese überhaupt contact met de zorgverzekeraar van erflaatster heeft opgenomen.
De kosten van de vereffenaar als verbonden aan deze procedure, inclusief het door haar betaalde griffierecht ad € 332,=, zal zij als boedelkosten in rekening kunnen brengen aan de nalatenschap.