ECLI:NL:GHSHE:2021:939
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende bewijs
Appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast, waaronder preferente belastingschulden en CJIB-boetes. De rechtbank wees het verzoek af wegens het ontbreken van een deugdelijke poging tot buitengerechtelijke schuldregeling en het niet tijdig aanleveren van benodigde documenten.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel een minnelijk traject had doorlopen en overhandigde hij een herziene schuldenlijst en aanvullende stukken. Het hof oordeelde dat appellant ontvankelijk was in het hoger beroep, maar stelde vast dat een deel van de schulden, met name belastingschulden en boetes, niet te goeder trouw was ontstaan binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Daarnaast vond het hof dat appellant onvoldoende inzicht gaf in de verschillen tussen schuldenlijsten en zijn fysieke en psychische gesteldheid onvoldoende onderbouwde. Het beroep op de hardheidsclausule faalde eveneens. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens het ontbreken van goede trouw.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende bewijs van minnelijk traject.