ECLI:NL:GHSHE:2021:940
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
De appellant is in 2018 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Limburg heeft bij vonnis van 1 oktober 2020 de regeling tussentijds beëindigd omdat appellant zijn verplichtingen niet naar behoren nakwam, de uitvoering van de regeling belemmerde en nieuwe schulden deed ontstaan.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn tekortkomingen niet verwijtbaar zijn vanwege psychosociale omstandigheden, waaronder bedreigingen door een motorclub en de impact van de coronapandemie. Hij stelde dat hij zich alsnog aan de regeling wil houden en verzocht om verlenging.
Het hof stelde vast dat appellant vanaf december 2019 herhaaldelijk zijn informatieplicht heeft verzaakt, ondanks waarschuwingen van de bewindvoerder en rechter-commissaris. Tevens ontstonden nieuwe schulden, waaronder CJIB-boetes en een strafrechtelijke veroordeling, die niet stroken met het doel van de schuldsanering.
De bewindvoerder ontving geen actuele informatie en kon de boedelachterstand niet berekenen. Er was geen concreet plan om deze achterstand in te lopen. Het hof oordeelde dat de tekortkomingen appellant kunnen worden verweten en dat geen reden bestaat voor verlenging van de regeling.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en beëindigde de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei wegens niet-nakoming van verplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden.