Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellante] , bijgestaan door mr. Griffioen,
- mevrouw [begeleidster] , ambulant begeleidster bij zorggroep [zorggroep] , in haar
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van een schuldenares tegen de weigering van de rechtbank Limburg om haar toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank had geweigerd omdat onvoldoende aannemelijk was dat zij de verplichtingen uit de regeling zou kunnen nakomen en omdat zij niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep heeft de schuldenares aangevoerd dat haar psychosociale problematiek inmiddels beheersbaar is en dat zij sinds lange tijd geen nieuwe schulden heeft gemaakt. Zij deed tevens een beroep op de hardheidsclausule. Het hof heeft echter geoordeeld dat een verklaring van een deskundige hulpverlener ontbreekt om de beheersbaarheid van de problematiek aan te tonen en dat de schuldenares niet voldoet aan de vereisten van goed vertrouwen vanwege recente schulden.
Het hof benadrukt dat toelating tot de schuldsaneringsregeling niet gericht is op hulpverlening, maar op het nakomen van verplichtingen. Het beroep op de hardheidsclausule faalt omdat niet is voldaan aan de voorwaarden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en adviseert de schuldenares haar ingezette weg voort te zetten om mogelijk in de toekomst alsnog toegelaten te kunnen worden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid nakoming verplichtingen en niet-goedertrouw.