ECLI:NL:GHSHE:2022:102
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis na veroordeling voor grootschalige cocaïne-invoer
Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en een geldboete van 20.000 euro voor de grootschalige invoer van cocaïne. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Verdachte verzocht het gerechtshof om schorsing van zijn voorlopige hechtenis, mede vanwege eerdere schorsingen waarbij hij zich aan de voorwaarden hield, zijn persoonlijke belangen bij voortzetting van zijn bedrijf en het feit dat hij first offender is.
Het hof overweegt dat het vonnis niet evident onjuist is en dat het recht om de berechting in vrijheid af te wachten hierdoor niet zonder meer geldt. De invoer van cocaïne heeft een ernstige impact op de rechtsorde, die nog steeds geschokt is, mede door de epidemische omvang, de volksgezondheidsrisico's, geweldsdelicten en witwassen. Verdachte vervulde een leidinggevende rol bij de invoer, wat het gevaar voor herhaling vergroot.
Hoewel verdachte eerder geschoren was en zich aan voorwaarden hield, acht het hof dit onvoldoende om de voorlopige hechtenis te schorsen. Het belang van de samenleving bij voortzetting van de voorlopige hechtenis weegt zwaarder dan de persoonlijke belangen van verdachte, waaronder het voortzetten van zijn bedrijf. Ook het feit dat de inhoudelijke behandeling nog niet aanstaande is, vormt geen zwaarwegend argument. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege de geschokte rechtsorde en het gevaar voor herhaling.